Chemelot cirkels brandmerk
Bij Chemelot doen we het samen bewust veilig

Als industriepark zijn we ons bewust van onze verantwoordlijkheid voor veilige arbeidsomstandigheden.

Hoe Chemelot dit doet?

Lees verder

Alarmeringen op industrieterrein Chemelot

Op het industriepark van Chemelot staan 60 fabrieken. Veiligheid is en blijft topprioriteit en bij incidenten is het belangrijk de mensen op én rond Chemelot snel te waarschuwen bij gevaar. Het is in de industrie niet gebruikelijk om extern te communiceren over interne alarmen en de oorzaak hiervan. Dit geldt ook voor Chemelot, we leggen daarom graag uit hoe de interne alarmering verloopt.

Voor alarmering op het terrein maken we gebruik van twee soorten alarmen:

  • Claxon alarm: alarmering van mensen in een fabriek.
  • Sirene-alarm: alarmering van een aantal fabrieken op (een deel van) de site.

In alle fabrieken bevinden zich drukknoppen waarmee men alarm kan geven. Sirenes worden centraal, vanuit de eigen meldkamer van Chemelot aangestuurd.

Bij alarm hebben medewerkers twee mogelijkheden, dit is afhankelijk van de plaats waar het incident plaatsvindt. Men kan naar een Redelijk Dichte Ruimte (RDR: vergelijkbaar met het sluiten van ramen en deuren en het uitzetten van de mechanische ventilatie thuis) of naar een appélplaats (verzamelplaats) weg van het gevaar. Bij claxon- of sirene-alarm rukt ook onze brandweer uit.

Claxon- en sirene-alarm zijn interne alarmeringen op het Chemelot-terrein. Alle mensen op het terrein zijn geïnstrueerd over wat te doen bij alarm. Het is echter niet zo dat het afgaan van een sirene- of claxonalarm gevaar voor de omgeving (buiten het terrein) betekent.

Dit is anders wanneer het sirene-alarm (WAS palen) buiten het terrein afgaan. Als er sprake is van dreigend gevaar voor de omgeving, dan kan de Officier van Dienst van Chemelot – namens de veiligheidsregio – de zogenaamde WAS sirenes activeren. Het is in die situatie dan ook absoluut noodzakelijk dat burgers zo snel mogelijk naar binnen gaan, ramen en deuren sluiten, de mechanische ventilatie uitschakelen en de rampenzender aanzetten.

Sinds enkele jaren informeert Chemelot de omgeving zo goed mogelijk over hinder die ondervonden kan worden (bijvoorbeeld bij opstart van fabrieken of onderhoud). Ook bij incidenten waarvan de omgeving hinder kan ondervinden wordt hier zo snel mogelijk melding van gemaakt. Sirene-alarm op het terrein wordt snel en vaak uit voorzorg gegeven. Niet bij alle sirene-alarmen is er daadwerkelijk sprake van een omvangrijk incident. Als u een sirene hoort en er volgt niet binnen 30 minuten berichtgeving op de website of onze social media kanalen, dan is er op dat moment geen sprake van een incident met effect naar de omgeving.

We realiseren ons dat omwonenden overlast (licht, geluid, geur of sirenes) kunnen ondervinden van Chemelot. We proberen dit tot een minimum te beperken. Chemelot is een productieomgeving waar dergelijke situaties als bovenstaande onlosmakelijk met de bedrijfsvoering te maken hebben en helaas niet altijd voorkomen kunnen worden.

Wat te doen bij sirene-alarm?

GRIP-opschalingsstructuur bij een incident

Wanneer zich op Chemelot een incident voordoet, treedt het Bedrijfsnoodplan Site Chemelot in werking. Kaders, structuren en processen voor de bedrijfsnoodorganisatie van Chemelot zijn vastgelegd in een bedrijfsnoodplan en sluit aan op het rampenbestrijdingsplan dat Veiligheidsregio Zuid-Limburg heeft vastgesteld.

De bedrijfsnoodorganisatie van Chemelot beschikt onder meer over een eigen brandweerkorps met 100 brandweermannen, maar is ook zodanig ingericht dat er aansluiting plaatsvindt met de regionale GRIP-opschalingsstructuur. GRIP (Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure) is de naam van de werkwijze waarmee bepaald wordt hoe de coördinatie tussen hulpverleningsdiensten (brandweer, politie, geneeskundige zorg en bevolkingszorg) verloopt. Afhankelijk van de omvang van een incident vallen deze diensten onder het bevoegd gezag van de burgemeester van de getroffen gemeente (GRIP-1 tot en met GRIP-3) óf van de voorzitter van de veiligheidsregio (GRIP-4). Bij GRIP-1 t/m GRIP-4 werkt de Bedrijfsnoodorganisatie en Bedrijfsbrandweer van Chemelot intensief samen met de hulpverleningsdiensten van de overheid.

Bij een incident is opschaling cruciaal. De zogeheten GRIP-structuur speelt daarbij een belangrijke rol. Opschaling vindt plaats op basis van de ernst en omvang van de gebeurtenis. Bij opschaling kunnen de verantwoordelijkheden en bevoegdheden wijzigen. Maar welk GRIP-niveau wordt wanneer gehanteerd? En wie is er dan verantwoordelijk?

  • GRIP-0: Bij een incident dat zich alleen beperkt tot de plaats van het incident, ‘on-site’ Chemelot, wordt de bedrijfsnoodorganisatie van Chemelot ingezet. De bedrijfsnoodorganisatie van Chemelot bestrijdt het incident intern met eigen hulpverleningsdiensten als Brandweer Chemelot en Actiecentrum Chemelot.
  • GRIP-1: Wanneer bij de bestrijding van een incident meerdere disciplines betrokken zijn en op de plaats van het incident een structurele coördinatie tussen de hulpverleningsdiensten nodig is, wordt het incident opgeschaald naar GRIP-1. Hiervoor wordt een Commando Plaats Incident (CoPI) ingericht. De werkzaamheden van het CoPI zijn gericht op de bestrijding van het incident in het brongebied*.
  • GRIP-2: Als de situatie omvangrijker is en er buiten de plaats van het incident ook maatregelen nodig zijn (het effectgebied*) bijvoorbeeld ten aanzien van een rookwolk, kan worden opgeschaald naar GRIP-2. Naast het CoPI wordt dan een operationeel team gevormd; meestal op regionaal niveau onder de noemer ROT (Regionaal Operationeel Team). Dit team biedt ondersteuning aan het CoPI.
  • GRIP-3: Situaties waarbij er sprake is van (dreigende) maatschappelijke onrust, komen in aanmerking voor GRIP-3. In deze situaties komt de burgemeester in beeld. Hij laat zich ondersteunen door een gemeentelijk beleidsteam (GBT) met vertegenwoordigers van de belangrijkste betrokken organisaties.
  • GRIP-4: Zodra het incident meer dan twee gemeenten bestrijkt, is er sprake van een incident van meer dan plaatselijke betekenis. In zo’n geval wordt er opgeschaald naar GRIP-4 en krijgt de voorzitter van de veiligheidsregio (Veiligheidsregio Zuid-Limburg) de leiding en wordt er een regionaal beleidsteam (RBT) gevormd. Het RBT is het adviesteam van de voorzitter van de veiligheidsregio. De burgemeesters van de getroffen gemeenten, de hoofdofficier van justitie en de voorzitter van het waterschap zijn formeel lid van het RBT.

*Het brongebied is het gebied waar de hulpverleningsdiensten uitvoering geven aan de directe bestrijding van het incident.
*Het effectgebied is het gebied buiten het brongebied, waar het incident effecten heeft op de omgeving.

Lees meer over Bedrijfsnoodplan Chemelot